Een schrijver die het aandurft om een boekenreeks te schrijven waar levensgroot de titel Orcs op staat, vraagt om moeilijkheden, want alle associaties liggen voor de hand. Toch heeft de schrijver dankzij een gezonde dosis zwarte humor (oké, en hele bakken met bloed) deze valkuil aardig ontweken. Zeker, het boek is absoluut niet met Tolkiens meesterwerk te vergelijken, buiten het feit dat er Orcs in spelen. Alleen spelen die nu de hoofdrol en Tolkien had ze ook slechts ‘geleend’.

Stan Nicholls



De Engelse schrijver Stan Nicholls heeft niet alleen al aardig wat boeken op zijn naam, ook de boekversie van de Tom & Jerry-film komt van zijn hand. Daarnaast heeft hij talloze interviews afgenomen (Douglas Adams, Ray Bradbury, Harry Harrison, Larry Niven, Terry Pratchett, etc) en de biografie van Thunderbird-legende Gerry Anderson geschreven.

Stan Nicholls en Theo Barkel

Stan Nicholls en Theo Barkel


In de stemmige omgeving van kasteel Haarzuilens schoven we aan tafel met deze goedlachse Brit. Nicholls begint bij zijn roots. “Ik ben geboren in Londen en kom van een nogal arme familie. Een opleiding heb ik niet echt gehad, want ik ben op mijn veertiende van school gegaan. Ik was negen toen ik mijn eerste boek schreef op een kleine blocnote. Nou wist ik wel dat boeken hoofdstukken hadden, maar had geen idee hoelang die hoofdstukken wa

ren. Dus heb ik van iedere bladzijde een hoofdstuk gemaakt. Het verhaal ging over een stel schoolkinderen en een vliegende schotel.

Zelfs toen zat het fantastische element er dus al in. Toen wilde ik al een schrijver worden. Er werd echter verwacht dat je normaal werk ging doen en het was erg moeilijk om aan dat idee te ontsnappen, dus ik werd stenenverkoper na mijn schooltijd. Toen ging ik in de boekverkoop met mijn eigen boekenwinkel in Londen en had zelfs de, waarschijnlijk eerste, SF-boekwinkel in Europa.”

Nicholls zou jarenlang in de boekverkoop blijven, maar een verandering van carrière kwam er op een gegeven moment toch. “Ik werd j

ournalist, maar probeerde wel zoveel mogelijk over sciencefiction en fantasy te schrijven.” De hang naar boeken schrijven bleef ook. Eén van de dingen die hij al vroeg goed besefte, kwam uit De sprookjes van 1001-nacht. “Sommige kinderen maken anderen op school aan het lachen om te overleven. Ik vertelde verhalen, maar maakte ze nooit af. ‘De rest van het verhaal vertel ik morgen’, zei ik altijd. Zo lieten ze me met rust en kwam ik de week door. Totdat ik dus op mijn veertiende van school werd gestuurd omdat mijn haar te lang was. Nu wordt er altijd gezegd dat je naar school moet voor een goede opleiding en succes. Naar de universiteit. Maar dat heb ik nooit gewild. Ik wilde een schrijver worden, een professionele leugenaar! Wat dat doe ik, ik vertel mensen leugens en mensen lezen het!”

Kindergarten Cop

“Het verhaal hoe mijn eerste boek gepubliceerd werd, zal je waarschijnlijk niet geloven. In mijn tijd als journalist werd ik aangenomen als een ‘First Reader’. Ik las stapels manuscripten voor verschillende uitgevers. En ik kan je vertellen, de meeste manuscripten zijn dus echt niet goed. Op een dag kreeg ik echter de boekversie van de film Kindergarten Cop binnen. En hij was best wel goed geschreven, dus ik schreef in mijn rapport. “Het is best goed geschreven en als jullie overwegen om een novelisatie van een film uit te geven, moeten jullie deze echt in overweging nemen.” Toen Pan Books het manuscript terugstuurde naar de agent waren ze vergeten om Nicholls’ commentaar er uit te halen. Hij kreeg vervolgens een telefoontje van een vrouw die wilde weten of hij het rapport geschreven had.

Na een positief antwoord vroeg de vrouw, agent van de auteur van Kindergarten Cop, of Nicholls zelf ooit gedacht had om een boek te schrijven “Ik denk aan niets anders. Ze moet iets in dat rapport hebben gelezen dat haar op die gedachte heeft gebracht. Zij werd mijn agent. Ik ben dus door een agent benaderd in plaats van andersom. Na een jaar belde ze me op. Een Engelse omroep wilde een Gladiator Quiz maken en mij werd gevraagd of ik een Gladiator quizboek kon schrijven. Ik zou uiteindelijk £1000 krijgen voor het boek. Ik schreef het in een week tijd.” De wereld veranderde verder niet, stelt Nicholls, “maar mijn boek was uitgegeven. Zes maanden later belde ze me op en tussen neus en lippen door merkte ze op: ‘Dat Gladiator boek, de uitgever ervan vertelde me dat ze 250.000 exemplaren verkocht hadden!’ En ik heb het voor £1000 geschreven!

Daarna heb ik de novelisatie gedaan van de Tom & Jerry-film, maar ook van de Marvel Comics van Spiderman. Heel erg leuk. Daarna heb ik misdaadverhalen geschreven, sciencefiction en uiteindelijk kwam ik op het punt waar ik wilde blijven, volwassen fantasy.”

Sciencefiction

Stan NichollsStan NichollsDe discussie komt regelmatig voorbij in deze tijd: hoe komt het dat sciencefiction zo goed als dood is en fantasy niet? Nicholls hierover: “In Engeland is het al niet anders als hier. Men kan het aan de straatstenen niet kwijt. Het is zelfs zo erg dat een zeer gerespecteerd schrijver als Jack Vance, die onlangs met De Lokkende Verte als één van de laatste serieuze SF boeken in ons land uitkwam, in Engeland zelfs niet uitgegeven wordt. Men kent hem wel, maar zijn verkopen zijn nooit echt goed geweest.”

“Ik kan me de maanlanding in 1969 nog herinneren, als ik nu niet teveel afwijk, en een Amerikaanse krant schreef een bekende kop ‘Man Lands on Moon, Science Fiction Dead.’ Nu leven we zelfs in een sciencefictionwereld. Ik heb een ‘Universal Communicator’ uit Star Trek, een superkleine digitale camera.

Sciencefictionschrijvers kunnen de pas van de realiteit niet bijhouden. Daar zit hem het probleem in, denk ik. Fantasy is iets heel anders. Je creëert een hele andere buitenaardse wereld, maar eigenlijk schrijft je over de mensen om je heen. Mensen kunnen het dagelijkse leven ontsnappen in Fantasy. Slechts 2 procent van het totaal aantal verkochte boeken in Engeland is SF.”

Uitsmijter

Het is ongetwijfeld bekend dat veel schrijvers talloze baantjes gehad hebben om zichzelf te kunnen onderhouden voordat ze echt doorbraken. Eén van de leukste verhalen die ik tot nu toe gehoord heb, werd door Nicholls, met een vette lach, verteld. “Ik heb ooit als een uitsmijter in een stripclub gewerkt in Soho, maar liefst voor één avond. Ik had geen werk, maar een vriend van mij was danser in een stripclub en die vertelde dat ze een iemand nodig hadden om de klanten binnen te halen bij de ingang. Het enige dat ik hoefde te doen was daar staan en voorbijgangers aan te houden. Het was niet veel bijzonders en je krijgt geen loon. Ze betalen je namelijk per persoon die je naar binnen haalt. Voor iedere sukkel die je binnenhaalde, kreeg je £ 2,50.

De eerste nacht was er een grote voetbalwedstrijd en al die voetbalfans kwamen van Newcastle naar Soho, en daar stond ik tussen. Ze kwamen naar mij toe en vroegen hoe het er binnen was. En ik zei: ‘Je moet hier niet naar binnen, ze zetten je hier af. Je betaalt £100,- voor de champagne en zo. Ik zou er niet naar binnen gaan’. Een paar uur later komt de manager naar mij toe, zich afvragend hoe het kan dat iedere club vol zit en wij helemaal leeg. ‘Haal hier mensen naar binnen of je bent ontslagen!’ Dus er gaan nog een paar uur voorbij totdat er een Rolls Royce aan komt. Er stapt een man uit, behangen met goud en juwelen, donkere zonnebril. Hij liep naar de deur en wilde naar binnen. Waarop ik zei dat hij er niet inkwam omdat hij er te gehaaid uitzag. Er kwam een behoorlijke woordenwisseling en tenslotte ging hij weg. Het bleek de eigenaar van de club te zijn!”

Orcs

Iemand die het waagt om zijn hand aan Tolkiens’ Orcs te slaan, aan hét standaardwerk van de fantasy, kan verwachten dat er het één en ander aan commentaar te berde gebracht zal worden. De reacties die Nicholls echter te horen kreeg, waren regelrecht verbijsterend. “Er zijn mensen die mij computervirussen gestuurd hebben, mensen die hele gemene dingen over mij gezegd hebben. Er zijn campagnes tegen me gevoerd. ‘Mensen, koop dit boek niet.’ Ik begrijp het niet. Ik heb veel respect voor Tolkien en Lord of the Rings, want het is echt een meesterwerk.

Hoewel het in deze tijd waarschijnlijk niet uitgegeven zou worden, want het boek is veel te sloom, heeft te veel detail en de structuur is helemaal verkeerd. De Orcs van Maras Dantia, uit mijn boeken, hebben niks te maken met de Orcs van Tolkien. En Tolkien heeft zijn Orcs niet eens zelf verzonnen. Ze komen uit de twaalfde eeuw en waren zeemonsters in de Ierse folklore. Hij had een slecht leger nodig, vond de naam en gebruikte hem.”

“Met mijn boeken kan je twee kanten uit”, besluit Nicholls. “Je kan ze lezen als een rechttoe rechtaan avonturen verhaal maar als je wat dieper wil gaan, kan dat ook.” Met zijn combinatie van zwarte humor, een lekker lopende verhaallijn en de gebruikelijk bloederige Orc-gevechten, waarin de Orcs nu eens aan de goede kant van de scheidslijn staan, zijn de boeken mij in ieder geval uitstekend bevallen.

Daarnaast ontpopte Nicholls zich als een uitstekend en boeiend verteller, waarvan de pretlichtjes nooit uit zijn ogen verdwenen. Ook in de toekomst zullen we in Nederland nog wel het één en ander van hem te zien krijgen. Voorlopig zit er niet veel anders op dan daarop te wachten.

Theo Barkel
SF Terra 199
Oktober 2006